2012.01.22

De ontwikkeling van de zinsbouw en de morfologie

De zinsbouw en de morfologie (vervoegingen, verbuigingen, ...) zijn eveneens taalaspecten die nog volop ontwikkelen in de kleuterschool. De volgende kenmerken kunnen mee helpen bepalen wanneer er iets problematisch is en wanneer niet.

Zinsbouw

Peuters en kleuters tot 3 jaar 6 maand gebruiken enkelvoudige zinnen. Deze bestaan uit een onderwerp, een werkwoord en een lijdend of meewerkend voorwerp of een bijwoordelijke bepaling van plaats of tijd. Een enkele keer gebruiken ze een samengestelde zin. Deze bestaat dan hoofdzakelijk uit nevengeschikte zinnen (en).

Bij kleuters tot 5 jaar worden de enkelvoudige zinnen steeds langer. Ze gebruiken meer en meer ook samengestelde zinnen die niet alleen meer nevengeschikt zijn. Ze gebruiken nu ook ondergeschikte zinnen van plaats en tijd (toen, waar). Vanaf 5 jaar zien we ook samengestelde zinnen die ondergeschikt zijn naar bepaalde logische verbindingen (als, omdat, indien).

Morfologie

Op de leeftijd van 3 jaar 6 maand...

  • vormt de kleuter de regelmatige meervoudsvormen (-s, -en) en verkleinwoorden (-ke, -je) correct.
  • is de overeenkomst (congruentie) van onderwerp en werkwoord verworven, hoewel nog lang niet foutloos.
  • is de vervoeging van de onregelmatige werkwoorden nog niet beheerst.
  • gebruikt de kleuter al verschillende tijden van het werkwoord, met name deze die slaan op het recente verleden en de onmiddellijke toekomst. Het gebruikt hiervoor de infinitief van het werkwoord voorafgegaan door hebben of gaan.
  • praat het kind in de actieve vorm. De passieve zin is nog niet gekend.

Op vijfjarige leeftijd...

  • gebruikt de kleuter de juiste meervoudsvormen en verkleinwoorden, waaronder ook een aantal onregelmatige vormen.
  • past de kleuter de congruentie tussen onderwerp en werkwoord toe.
  • gebruikt de kleuter de verleden en toekomende tijd van de werkwoorden. Bij sterke werkwoorden worden nog veel fouten gemaakt.
  • gebruikt de kleuter nog geen passieve zinnen.

Een kind van zes jaar heeft normaal gezien de volgende vormen verworven:

  • de onregelmatige verkleinwoorden (schip --> scheepje).
  • de onregelmatige meervoudsvormen (schip --> schepen).
  • de vervoeging van de onregelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd (ik heb - hij heeft - wij hebben) en de onvoltooid verleden tijd (zingen --> zong - slapen --> sliep).

Het gebruikt voor het eerst ook de passieve zin.

20:05 Gepost door Lieven Coppens | Permalink | Tags: kleuters, morfologie, peuters, taal, taalontwikkeling, zinsbouw | |