2013.10.19

Nogmaals schoolrijpheid...

Laat ons meteen maar duidelijk zijn. Schoolrijpheid is oneindig veel meer dan het beheersen van een aantal visuele en auditieve functies en een verschillende visuo-motorische en rekenkundige vaardigheden, zoals ze in bepaalde schoolrijpheidstesten worden nagegaan op één bepaald moment. Schoolrijpheid heeft ook te maken met werkhouding, zelfredzaamheid, zelfsturing, verantwoordelijkheid nemen, grove en fijne motoriek, ruimtelijke oriëntatie, besef van tijd en ruimte, taalvaardigheid en meer.

Het moment waarop schoolrijpheid getest wordt, komt trouwens hopeloos te laat, aangezien er in geval van problemen nog maar weinig of niets kan aan gedaan worden. En dit is niet alleen te wijten aan de lange wachtlijsten van revalidatiecentra en andere hulpverleners. Vroeger testen is echter zinloos omdat het kind zich nog volop aan het ontwikkelen is. Het concept van de schoolrijpheidstesten moet, wat mij betreft, dan ook zo snel mogelijk verlaten worden. Waarom? Enerzijds omdat de schoolrijpheidstesten allemaal, zonder uitzondering, maar bedroevend weinig verband houden met de ontwikkelingsdoelen van de kleuterschool en dus heel relatief zijn. Anderzijds omdat het onrecht doet aan de kennis van diegenen die het kind dagelijks meemaken, de kleuterleerkracht én de ouders. Want laat ons duidelijk zijn: een kind schoolrijp maken is niet enkel de taak van de leerkracht uit de derde kleuterklas.

Het werken aan schoolrijpheid begint op het moment dat een kind voor het eerst in de kleuterschool komt. De doorgaande lijn van het schoolrijp "maken" begint in de pleuterklas en eindigt in het eerste leerjaar. Ook de leerkracht van het eerste leerjaar zal het kind nog een stuk op dat vlak moeten begeleiden. Wanneer er problemen zijn in de ontwikkeling van een kind, wordt die doorgaande lijn onherroepelijk verstoord. Door tijdig in te grijpen kan men veel problemen die in de derde kleuterklas de schoolrijpheid beperken voor zijn en afdoende remediëren. Veel van die problemen worden immers al vrij snel opgemerkt door de leerkracht. Als ervaringsdeskundige vergelijkt hij voortdurend (en vaak onbewust) de ontwikkeling van de hem toevertrouwde kinderen met elkaar. Hij is dan ook perfect instaat om onregelmatigheden te signaleren, zowel bij de peuters als bij de derde kleuters. Maar nemen we dat altijd wel ernstig genoeg? Reageren we niet te vaak met de dooddoener dat "het er wel uit zal groeien"? Hierin hebben de leerkrachten uit het kleuteronderwijs een belangrijke verantwoordelijkheid. Omdat van jonge ouders niet altijd kan en mag verwacht worden dat ze de ontwikkeling van hun kind juist inschatten. Dit is zeker waar voor een eerste kind, omdat de ouders dan nog niet kunnen vergelijken. Een kijkje in de kleuterklas kan hen dan alvast veel duidelijk maken. Moeten we dan van alles een probleem maken? Nee, zeker niet. Maar het vroegtijdige signaleren van problemen biedt nog altijd de beste kans om ze tijdig en met relatief minder inspanning aan te pakken. 

We moeten ouders trouwens ook veel meer inschakelen bij het schoolrijp maken van hun kind. In veel dagdagelijkse activiteiten kunnen ze hun kind observeren maar ook begeleiden en stimuleren. Ouders kunnen ten allen tijde heel wat relevante informatie geven over de ontwikkeling van hun kind, los van hun inschatting.

Wie hierin tussen de regels een pleidooi leest voor een kleutervolgsysteem, heeft goed gelezen. Op voorwaarde dat dat volgsysteem verder gaat dan enkel maar betrokkenheid en welbevinden. Ook competenties zijn voor de kleuters even belangrijk.  Betrokkenheid en welbevinden zijn immers niet altijd de garantie van het beheersen van bepaalde competenties... De nadruk hierbij moet dan niet liggen bij het zich bekennen tot een bepaald gedrukt kleutervolgsysteem. Dit kan een hulpmiddel zijn om gerichter en vollediger te kijken, maar vervangt nooit de ervaringsdeskundigheid van de leerkracht in de klas.

Ik zei het al, het is ook de taak van het eerste leerjaar om een kind verder schoolrijp temaken. De lagere school kan en mag niet verwachten dat een kleuter "afgewerkt"  afgeleverd wordt. Recent wetenschappelijk onderzoek heeft onder andere aangetoond dat de hersenen maar "af" zijn rond de leeftijd van 8 jaar. Sommige kinderen kunnen dus gewoon niet "af" zijn bij het begin van het eerste leerjaar en perfect schoolrijp... En aangezien de ontwikkeling niet harmonisch verloopt voor alle domeinen, heeft het overzitten van een derde kleuterklas ook niet altijd zin...

18:40 Gepost door Lieven Coppens | Permalink | Tags: betrokkenheid, competenties, kleutervolgsysteem, ontwikkeling, overzitten, schoolrijpheid, welbevinden | |

De commentaren zijn gesloten.