2012.05.19

Klaar om te leren rekenen of niet?

Niet elk kind is aan het einde van de derde kleuterklas - zo blijkt het uit de praktijk - klaar om te leren rekenen. Met dit in mijn achterhoofd ging ik op zoek in de literatuur hoe dit komt. Een antwoord vond ik alvast bij Hans van Luit. Hij stelt immers dat er verschillende voorbereidende rekenvaardigheden zijn die zich ontwikkelen tot de leeftijd van 7 jaar. Deze voorwaarden zijn het getalbegrip en het tellen. Dit betekent concreet dat er in het eerste en tweede leerjaar (groep 3 en groep 4) leerlingen zitten bij wie deze rekenvoorwaarden nog niet volledig verworven zijn. De belangrijke functie van het tellen in het voorbereidende rekenen wordt onderstreept door Lieven Verschaffel. De vaardigheden die Piaget beschreef zouden zich tegelijk met het tellen ontwikkelen zonder er een voorwaarde voor te zijn (van Luit) en meer te maken hebben met de ontwikkeling van het logisch denken dan met het ontwikkelen van het rekenen (Verschaffel). Voor Annemie Desoete is het zeer belangrijk dat kinderen aan het einde van de derde kleuterklas in staat zijn om kleine hoeveelheden (tot 4) te herkennen zonder te tellen (= subitizing).

Als we bij deze auteurs ook nog Magda Deckers en Rik Aerts betrekken, dan komen we tot een nog uitgebreidere lijst van signalen die er kunnen op wijzen dat kinderen het moeilijk zullen hebben met het leren rekenen. Deze signalen zijn:

  • het onvoldoende begrijpen van de rekentaal en de rekenbegrippen die te categoriseren zijn als volgt:
    • eigenschappen (groot, klein, dik, dun, ...)
    • tijd en ruimte (vroeger, later, eerst, laatst, ...)
    • hoeveelheden (meer, minder, veel, weinig, ...)
    • handelingen (erbij doen, eraf doen, vermeerderen, verminderen, ...)
  • een zwakke ruimtelijke oriëntatie...
    • op het eigen lichaam (mijn hoofd staat boven op mijn hals)
    • vanuit het eigen lichaam (Jan staat achter mij)
    • vanuit om het even welk punt buiten het eigen lichaam (de kast staat naast de piano)
  • een zwak gevoel voor richting
  • een moeilijke coördinatie
  • visueel-ruimtelijke problemen (moeilijk een mozaïek naleggen)
  • te veel gefixeerd zijn op details en daardoor het geheel niet meer zien
  • moeite hebben om tijdens een spel de stand bij te houden of om te weten wiens beurt het is
  • een getal moeilijk kunnen omzetten in een aantal voorwerpen en andersom
  • het moeilijk hebben om de chronologie van gebeurtenissen (in het verleden of in de toekomst) te onthouden
  • het moeilijk hebben om voorwerpen te rangschikken op basis van hun verschillen (seriëren)
  • het moeilijk hebben om voorwerpen in te delen op basis van gemeenschappelijke eigenschappen (classificeren)

Bronnen:

  • DECKERS M. & AERTS R., Kinderen rekenen. Rekendidactiek voor de lagere school, Plantyn, Mechelen, 2005, blz. 39-63. 
  • DESOETE A., Dyscalculie: zijn er alarmsignalen ('markers') op kleuterleeftijd, Onderwijskrant, 2003, nr. 127, blz. 11-21.
  • DESOETE A. & BRAAMS T., Kinderen met dyscalculie, Boom, Amsterdam, 2008, blz. 35-49.
  • VAN LUIT H., Jonge kinderen met rekenproblemen
    in:
    RUIJSSENAARS A.J.J.M. & GHESQUIERE P. (red.), Dyslexie en dyscalculie: ernstige problemen in het leren lezen en rekenen. Recente ontwikkelingen in onderkenning en aanpak, Acco, Leuven/Leusden, 2002, blz. 113.
  • VERSCHAFFEL L., Eigen verslag SIG studiedag 9 april 1997.

15:01 Gepost door Lieven Coppens | Permalink | Tags: kleuters, schoolrijpheid, voorbereidend rekenen | |

De commentaren zijn gesloten.