2012.02.11

Over de klank- en taalontwikkeling

De taal van peuters en kleuters is nog volop in ontwikkeling in de kleuterschool. Zoals bij elk ontwikkelingsdomein merken we ook hier verschillen tussen de kinderen. Het is dan ook niet altijd even gemakkelijk om in te schatten wanneer iets een probleem is en wanneer niet. De volgende oplijsting kan daar een stuk bij helpen.

Klankontwikkeling

Zoals gezegd is de kleuter nog volop bezig met de taalverwerving. Hij verwerft geleidelijk aan de verschillende klanken. Dit betekent dat de kleuter de taal van de volwassenen zal moeten aanpassen aan wat hij al verworven heeft. Concreet betekent dit dat hij een en ander zal moeten vereenvoudigen.  Ook hier zullen er onvermijdelijk individuele tempoverschillen zijn. Toch is men het er over eens dat er een bepaalde leeftijd is waarop die vereenvoudigingen moeten verdwijnen. Hieronder vind je er een aantal met daaronder een voorbeeld en de leeftijd waarop ze spontaan zouden moeten verdwenen zijn:

  • het herhalen van de beginlettergreep
    kindje --> kikin
    moet op 2 jaar 6 maanden verdwenen zijn
  • het vooraan in de mond uitspreken van medeklinkers die normaal vanuit de keel gearticuleerd worden
    koek --> toet
  • het weglaten van de laatste medeklinker
    haar --> haa'
    moet op 3 jaar verdwenen zijn
  • het weglaten van de laatste lettergreep
    buiten --> buit'
    moet op 3 jaar zes maanden verdwenen zijn
  • het weglaten van medeklinkers in medeklinkerverbindingen
    plant --> pant
    moet verdwenen zijn op 4 jaar
  • het vervangen van de 'l' en de 'r' door een 'j' en een 'w'
    ring --> ling
    moet verdwenen zijn op 5 jaar

Woordenschat

De woordenschat van een kleuter van 3 jaar bestaat uit ongeveer 1500 woorden. De taal wordt ook rijker in de zin dat:

  • de namen van de kleuren verworven worden
  • werkwoorden die te maken hebben met bezit zoals geven en nemen nu ook hun intrede doen
  • er woorden gebruikt worden die een plaats aanduiden zoals boven en onder
  • er woorden gebruikt worden die verwijzen naar de onmiddellijke toekomst zoals straks
  • er ook lidwoorden gebruikt worden: het lidwoord een verschijnt eerst, daarna volgt de
  • de persoonlijke voornaamwoorden verschijnen: eerst ik, daarna wij en in een enkel geval hem en haar (maar deze laatste worden niet altijd op de juiste manier gebruikt)
  • de bezittelijke voornaamwoorden verschijnen: eerst mijn, daarna ons en in een enkel geval zijn en haar (maar deze laatste worden niet altijd op de juiste manier gebruikt)
  • de vragende voornaamwoorden wie, wat, waar en wanneer gebruikt worden om vragen te stellen

De woordenschat van een 5-jarige bestaat uit ongeveer 2500 woorden. Deze woorden bevatten:

  • plaatsaanduidingen
  • begrippen die een hoeveelheid aanduiden in de zin van dik, dun, groot, klein
  • eigennamen
  • tijdsaanduidingen
  • begrippen die verwijzen naar het verleden en de toekomst zoals gisteren en morgen
  • nieuwe woorden verschijnen zoals:
    • het
    • je, gij, ze, jullie, zij, hij, het, jullie, uw, hun
    • waarom 

De woordenschat van een 6-jarige bestaat uit ongeveer 3900 woorden. De uitbreiding van de woordenschat wordt bepaald door verschillende factoren, zoals daar zijn:

  • de uitbreiding van de eigen leefwereld
  • de verstandelijke ontwikkeling
  • de persoonlijke interesse

Op deze leeftijd doen een aantal nieuwe woordsoorten hun intrede:

  • bijwoorden, voegwoorden en voorzetsels die verwijzen naar oorzaken, gevolgen en veranderingen zoals waarmee, waardoor, waarlangs, waaraan, waarin, ...
  • het wederkerend voornaamwoord zich
  • vragende voornaamwoorden zoals waarmee, waardoor, waarlangs, waaraan, waarin, waarop, ...

21:45 Gepost door Lieven Coppens | Permalink | Tags: klanken, klankontwikkeling, taal, taalontwikkeling, woordenschat | |

De commentaren zijn gesloten.